home
HOME


Familie en naastbetrokkenen Kanjers met een kwetsbaarheid Dingen die deugen Goede GGZ praktijken Sitemap Links Contact

Behandeling Zorg en begeleiding Maatschappelijke ondersteuning (WMO)



GELEZEN EN GEZIEN


Familie: oorzaak en oplossing (lezing voor Leo's afscheid)
Familierollen
Familie als bondgenoot
Film: Verloren jaren
Cornelie van Well
"Alleen" berichten uit de isoleercel (interview)

Niet alleen de patiŽnt centraal: over familieleden in de GGZ
"De rol van familie als bondgenoot in de GGZ"(Hester van den Bovenkamp)
De honden blaffen maar de karavaan trekt verder!

Intensive care voor psychiatrie nodig
De rechten van naastbetrokkenen in de GGZ
Privacy in de WGBO - lezing-

up






Rechten van naastbetrokkenen in de GGZ
Op de website van Mentrum staat bij de informatie voor cliŽnten onder het kopje: familie en vrienden de volgende tekst
(Ö) Mentrum besteedt op diverse manieren aandacht aan naasten. Bijvoorbeeld in gesprekken met behandelaars of verpleegkundigen. Of op speciale informatieavonden. Mensen wordt daarvoor alleen uitgenodigd als de cliŽnt dat goed vindt. (Ö)
Dat is niet juist. Familie en naast betrokkenen hebben te allen tijden recht op algemene informatie en daar hoeven cliŽnten geen toestemming voor te geven.
Het ligt wat anders als het om gesprekken gaat met de behandelaar of verpleegkundige van de cliŽnt.
Hoe zit het nu precies.
Universitair docent en rechter Mr. Kees Blankman heeft op 15 juni 2006 een presentatie gegeven bij GGZ Buiten Amstel waar hij de juridische kant van de betrokkenheid nader belicht.
Belangrijk om te weten.

up




Betrokken omgeving
Juridisch commentaar bij de betrokkenheid van partner of familie


1. De cliŽnt versus de familie
Uitgangspunt in de juridische regeling van hulpverlening is dat de cliŽnt centraal staat;
Tegelijk heeft de wetgever de positie van de familie of partner van de cliŽnt wel geregeld en daarmee het belang van betrokkenheid van hen juridisch erkend en geborgd.

2. Rechten van de cliŽnt
Rechten van de cliŽnt betreffen o.a.
ē recht op privacy;
ē recht om toestemming te geven bij opstelling en uitvoering van behandelplan;
ē recht om te worden behandeld zonder pottenkijkers (WGBO, art. 7:459 BW);
ē recht om toestemming te geven om informatie aan derden te verstrekken.

3. Uitzondering op de rechten van de cliŽnt, bijv. dwangbehandeling
Deze rechten zijn niet onbeperkt: soms kan zonder toestemming van de cliŽnt een opneming en/of een behandeling worden gerealiseerd, bijv. wanneer de cliŽnt nog geen 12 jaar is, of ouder dan 11 maar wils- onbekwaam ter zake, of wanneer er ernstig nadeel (WGBO) of gevaar dreigt (BOPZ).

4. Toestemming van de partner of een familielid voor behandeling
Bij wilsonbekwaamheid van de cliŽnt om toestemming voor behandeling te geven, gaat de wet (art. 7:465 BW, WGBO; art. 38 BOPZ) ervan uit dat de partner, de ouder, een van de broers of zussen of ev. een kind van de cliŽnt (ouderenpsychiatrie) namens de cliŽnt toestemming geeft.

5. Informeren van partner/familie ook zonder toestemming van de cliŽnt 1
De regel dat toestemming van de cliŽnt is vereist om derden te informeren geldt niet onverkort. Uitzondering op deze regel is er niet alleen bij wettelijk voorschrift of conflict van plichten, maar ook voor behandelteam en voor vertegenwoordigers/familieleden die betrokken waren bij start v.d. behandeling.

6. Informeren van partner/familie ook zonder toestemming van de cliŽnt 2
De hulpverlener kan dit recht van partner of familieleden om te worden geÔnformeerd, ook als de cliŽnt geen toestemming geeft, beperken met een beroep op de zorg van een goed hulpverlener (art.7:457 lid 3 BW) bijvoorbeeld wanneer de cliŽnt daarom verzoekt (uitzondering op een uitzondering).

7. Recht op informatie van partner of familie buiten de WGBO; BOPZ 1
Bij de behandeling van het verzoek om een RM kan de rechter de familie horen (art. 8); Bij de vaststelling en uitvoering van een behandelplan overlegt de hulpverlener met de partner of een familielid indien de onvrijwillig opgenomen cliŽnt terzake wilsonbekwaam is (art. 38 lid 2).

8. Recht op informatie van partner of familie buiten de WGBO; BOPZ 2
Bij opneming ontvangt de partner en naaste familie ook huisregels en klachtenreglement. Bij dwangbehandeling of toepassing M of M dient de partner die of het familielid dat bij de totstandkoming van het behandelplan betrokken was, te worden geÔnformeerd. Idem bij beperkingen ex art. 40 BOPZ.

9. Recht op informatie van partner of familie buiten de WGBO; BOPZ 3
Het verplicht informeren van partner en/of naaste familie in de BOPZ op grond van art. 37 leden 1 en 2, en bij wilsonbekwaamheid van de cliŽnt op grond van de art. 38 lid 6, 39 lid 3, 40 lid 6 is formeel niet afhankelijk van de toestemming van de cliŽnt of de draagkracht van de vertegenwoordiger.

10. Recht op informatie van ouders in de Wet op de Jeugdzorg
Ouders hebben recht op informatie over de behandeling indien hun kind nog geen 16 jaar is of 16/17 jaar is maar wilsonbekwaam ter zake, ook als hun kind hiervoor geen toestemming geeft. De hulpverlener kan weigeren de ouders te informeren met een beroep op het belang van het kind (50 lid 2)

11. Modelregeling betrokken omgeving
Argument voor meer betrekken van familie o.a. extramuralisering en vermaatschappelijking van de zorg. Los van regelgeving is uitgangspunt dat de cliŽnt zelf, gestimuleerd door de hulpverlener, afspraken maakt met zijn partner of familie over betrokkenheid. Bij wilsonbekwaamheid geldt de wet.

12. Modelregeling betrokken omgeving
Indien een cliŽnt ter zake wilsonbekwaam is en zich verzet tegen betrokkenheid van partner of familie, wordt zijn wens gevolgd tenzij de hulpverlener op grond van goed hulpverlenerschap anders beslist. Bij honorering van de wens van de cliŽnt ontvangt de familie alleen algemene info.

13. Modelregeling betrokken omgeving
De partner of de familie heeft een recht op informatie o.a. bij opneming, ontslag of verlof van de cliŽnt, maar ook geldt dat zonder hun toestemming de hulpverlener hen niet mag informeren of inschakelen bij de behandeling. Bij inschakeling biedt de hulpverlener steun aan de partner of familie.

14. Concluderend
Los van zorginhoudelijk argumenten die pleiten voor betrokkenheid van familie (o.a. de partner kan Ďzijn verhaal kwijtí) blijkt dat partner en familie een eigen zelfstandig recht hebben op betrokkenheid bij de zorg aan de GGZ cliŽnt; dit recht is niet volledig ondergeschikt aan de rechten van de cliŽnt.

up




LEZING 2 NOVEMBER 2006
OVER PRIVACY IN DE WGBO

Het probleem is duidelijk: de hulpverlening of de artsen die geen informatie willen geven, die je wel nodig hebt. Ik denk daarbij vooral aan twee typerende gevallen. Het ene is de instelling die niet vertelt wanneer uw zoon wordt ontslagen, zodat u misschien niet thuis bent als hij 's avonds in de regen voor de deur staat. Het ander is de hulpverlener die niet wil vertellen of uw dochter medicatie heeft, zodat u haar niet kunt stimuleren die ook echt in te nemen.

Het kan natuurlijk ook om uw echtgenoot gaan of een broer of zus, of een heel goede relatie, maar ik zal in het navolgende gemakshalve over 'zonen' en 'dochters' spreken.
Wat is daartegen te doen?

Er zijn grofweg vier oplossingen waar we aan kunnen denken.
. Mentorschap
. Zaakwaarneming
. Volmacht
. Derden inschakelen

Voordat ik die mogelijke oplossingen langsloop, wil ik eerst even kijken naar de wettelijke basis voor het achterhouden van de informatie. Ik waarschuw u, dat het een juridisch verhaal zal worden, en dat ik er niet aan ontkom om wetteksten te citeren. Vaak zijn die allerberoerdst geformuleerd, en moet je het drie keer lezen voor je begrijpt wat er staat. Maar ik zal de belangrijkste teksten zoveel mogelijk op het scherm laten zien. Dan kunt u meelezen.

Medici en hulpverleners hebben een beroepsgeheim. Dat is te vinden in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het staat in artikel 457. Het burgerlijk wetboek is in iedere bibliotheek te vinden, en anders kunt u het vinden op Overheid.nl.

up
Daarnaast moeten de hulpverleners zich houden aan artikel 453 van Boek 7, maar die bepaling is een stuk vager.

Artsen en hulpverleners gaan heel verschillend met deze regels om. De eenvoudigste manier is voor de hulpverlener gewoon niks tegen derden, dus niks aan u te vertellen. Dan hoeft hij verder niet na te denken. Maar dat is niet de bedoeling van artikel 7:453 BW! Als de hulpverlener zich er zů van af maakt, kan je hem dat dus voor de voeten werpen. Als de hulpverlener niet handelt als 'goed hulpverlener', dan kan hij een klacht aan zijn broek krijgen. Dat is een vervelende procedure, dus dat willen ze graag voorkomen. Het kan dus een effectief pressie-middel zijn om over het goed hulpverlenerschap te begiwien, maar hulpverleners laten wel graag merken, dat zij veel beter weten van wat goed huipverlenerschap is dan u. De hulpverlener voelt zich wat dat betreft meestal ver boven u verheven, want hij is een professional, die zich beroepsmatig in de vraag naar goed hulpverlenerschap heeft verdiept, en u bent maar een leek. "U hoeft zich niet in te beelden, dat u beter weet dan de hulpverlener wat het betekent om een 'goed hulpverlener' te zijn! Wie denkt u wel wie u bent!"

Kortom, u moet er dus een beetje voorzichtig mee zijn om over goed huipverlenerschap te beginnen of met een klacht te dreigen. Want als hulpverlening in zijn wiek geschoten reageert, dan bent u alleen maar verder van huis. Ik kom er dadeljk nog op terug hoe je dat kunt proberen te omzeilen. Maar het is goed om hier alvast te constateren, dat de wens van de familie om geÔnformeerd te worden een heel legitieme is. Het zit ingebakken in het goed huipverlenerschap om daar rekening mee te houden. Als hulpverleners te voorzichtig zijn met het geven van informatie, mag je ze daar ook best op wijzen.

up
Daarbij kan je bijvoorbeeld de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie 2005 aanhalen, die bij Ypsilon verkrijgbaar is. Dat is een richtlijn die tot stand is gekomen binnen de beroepsgroep, en de actuele inzichten weergeef. In die inzichten zie je de laatste jaren steeds meer de aandacht voor de familie om de hoek komen kijken. De rol van de familie als constante factor rechtvaardigt dat, maar ook het belang dat familieleden voor zichzelf hebben.Die richtlijn is een sterk wapen als je het goed gebruikt.

Goed huipverlenerschap wordt namelijk gedefineerd door wet, beroepsnormen en maatschappelijke opvattingen. In de wet staat niet veel over wat goed hulpverlenerschap is. En wat de maatschappelijke normen zijn, daar kan je heel lang over discussiŽren. Maar de beroepsnormen zijn deels wťl vastgelegd, en wel in deze richtlijn. Veel hulpverleners weten niet precies hoe ver de ontwikkeling in de beroepsnormen al is voortgeschreden. Het kan dan helpen om te wijzen op de richtlijn. Sla ze er niet keihard mee om de oren, maar haal de richtlijn terloops aan, alsof het iets is, wat ze best kennen, maar waar ze even niet aan denken. En dat werkt vaak, vooral in situaties, waarin de relatie met de hulpverlener nog behoorlijk is. In die gevallen is het vaak een kwestie van gebrek aan durf of kennis waardoor hulpverleners geen informatie geven.

Meestal denken ze serieus, dat het geven van de informatie niet is toegestaan, of ze willen hun nek niet te ver uitsteken. Maar als ze dan een excuus aangereikt krijgen om toch die informatie te mogen geven, grijpen ze dat soms met beide handen aan. Er zijn er ook die wat meer tijd nodig hebben om de switch te maken. Heb daar oog voor en gun ze de tijd om bij te draaien. Ze moeten dan immers hun vertrouwde idee van "De privacybescherming verbiedt het" verlaten, en iets nieuws is altijd eng. Bovendien merken ze dat er nooit een standaard antwoord is, en dat hebben mensen nu juist zo graag. Als u de Richtlijn Schizofrenie 2005 zelf wil lezen, dan kunt u het pakket krijgen bij Ypsilon. Voor het onderwerp van vandaag zijn vooral de volgende paragrafen van belang.

up
Ik lees alleen ťťn citaat uit paragraaf 3.2.2 voor. Daar staat: "Hulpverleners horen er naar te streven dat de familie niet afhaakt door hun voldoende ondersteuning te bieden. Bij gebleken onenigheid proberen zij tot overeenstemming en samenwerking te komen. Zonodig voert de hulpverlener hierover gesprekken met zowel de patiŽnt als de familie (samen of apart)." Dat is dus geldend recht! Daar moeten hulpverleners zich aan houden. Anders zijn ze geen goed hulpverlener, en daar kan een tuchtrechtelijke klacht over worden ingediend.

Nog ťťn citaat dan: Aanbeveling 3.1.3 luidt: "De hulpverlener heeft aandacht voor de familieleden van de patiŽnt. Hij realiseert zich dat een goede relatie met de familie een positieve invloed heeft op de patiŽnt. Hij realiseert zich dat de omgang met en de zorg voor de patiŽnt zwaar kan zijn voor de familie. Zo nodig ondersteunt de hulpverlener de familie om het vol te houden en een goede relatie met de patiŽnt te onderhouden." Niets ten nadele van de goede hulpverleners, en dat zijn er heel veel, maar er zijn er ook een paar die dit in hun zak mogen steken! En in die gevallen is het de kunst om zonder bedreigend te worden de hulpverlener de weg naar deze richtlijn te wijzen.

Nog een weetje, waar hulpverleners zelden aan denken: de hele regeling van de geheimhoudingsplicht valt onder de paraplu van artikel 6:248 BW. In dat artikel is de werking van redelijkheid en billijkheid vastgelegd. Hulpverleners mogen zich dus niet aan hun geheimhoudingsplicht houden als dat niet redelijk en billjk is. Zelfs als in de wet staat, dat informatieverstrekking niet mag. Die werking van de redelijkheid en billijkheid is bij vrijwel geen enkele hulpverlener bekend! Dat komt omdat het zo typisch juristen gedachtengoed is. Het probleem van weigeren te vertellen wanneer uw zoon of dochter uit de inrichting ontslagen wordt, is daarmee opgelost, tenminste: juridisch, want gelijk hebben is nog niet hetzelfde als gelijk krijgen.

Voor de mensen die precies willen weten hoe dat zit met de redelijkheid en billijkheid, zal ik dat even uitleggen. De wetgever heeft bewust ervoor gekozen om de geheimhoudingsplicht op te nemen in het burgerlijk wetboek. De relatie hulpverlener-patiŽnt is gebaseerd op een overeenkomst, 66k als er niks op papier staat. Het gaat in dit geval om een bijzonder soort overeenkomst, namelijk de overeenkomst tot opdracht. En nog preciezer, het gaat om een "geneeskundige behandelovereenkomst, een bijzondere opdracht. Die is te vinden in boek 7 van het BW. In boek 6 staan de algemene regels voor alle overeenkomsten, en die gelden dus ook voor de bijzondere overeenkomsten en dus ook voor de behandelovereenkomst.

up
Een van de belangrijkste regels is, dat de redelijkheid en billijkheid het overeenkomstenrecht regeert. Met een mooi woord zeggen juristen: de redelijkheid en billijkheid derogeert aan de wettekst. Dus als de letterlijke tekst van de wet in een situatie niet meer redelijk is, dan vervalt de letterlijke wettekst en gaat de redelijkheid en billijkheid vůůr. Wat nou precies redelijk en billijk is, daar zijn boeken vol over geschreven, en er zijn ook vele rechtzaken aan gewijd. Voor niet-juristen blijft het een beetje vaag begrip. Een van de belangrijkste maatstaven is, dat je voldoende zorgvuldig moet zijn en normale verwachtingspatronen moet respecteren Zoals ik al zei, daarmee moet het probleem van het niet mogen vertellen van de datum van ontslag opgelost zijn. Hooguit kan de hulpverlener dan nog tegenwerpen,dat hij eerst even moet horen van de patiŽnt of die wel wil dat het verteld wordt.

Ik heb nu het wettelijk kader in kaart gebracht. Ik heb daarbij nog niet genoemd de Wet op de Beschenning Persoonsgegevens, meestal de wet op de privacy genoemd. Die wet bestaat ook, maar eigenlijk gaat de WGBO altijd voor, omdat die is toegesneden op de situatie rond patiŽnten. Als hulpverleners dus een beroep op de Wet op de Privacy doen, dan bedoelen ze eigenlijk een beroep op de bescherming van privacy zoals die door de WGBO is neergelegd in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Maar u weet dan meteen, dat ze die wet waarschijnlijk nooit zelf hebben gelezen. Anders zouden ze het wel goed zeggen. En dan heeft u dus vanaf vandaag al voorsprong in kennis, waar u gebruik van kunt maken. Ik heb het ook niet over de BOPZ gehad, de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen. In die wet ziet u, dat de betrokkenheid van de familie al veel verder is uitgewerkt. De familie mŠg van die Wet niet alleen betrokken worden, vaak moťt de familie betrokken worden.

Nu kom ik toe aan de vier praktische mogelijkheden als je de hulpverlener die jouw broer of zus, jouw zoon of dochter behandelt niet kunt overtuigen van het belang dat een minimum aan informatie onontbeerlijk is. Hoe kan je ervoor zorgen, dat je het meer in de hand houdt en minder afhankelijk bent?

up
MENTORSCHAP:
Het best bent u af, als u zich tot mentor laat benoemen. U kunt zich als mentor laten benoemen als de patiŽnt niet in staat is zijn eigen belangen goed te behartigen. Dat kan een tijdelijke situatie zijn, maar ook een duurzame. Als daarna een periode aanbreekt waarin de patiŽnt het zelf weer kan, dan laat u het mentorschap gewoon rusten, en mag het op de plank blijven liggen tot u het weer nodig hebt.

Even voor de duidelijkheid: je hebt curatele, bewind en mentorschap. De bewindvoerder houdt zich alleen met het regelen van de geldzaken bezig. De mentor houdt zich met alles wat niet om geld gaat bezig, en de curator doet het allebei.

Dus: bewindvoerder + mentor = curator

Als mentor heeft u de zorg voor de patiŽnt en kunt u beslissingen nemen over alles wat met verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding te maken heeft (1:453 lid 1 BW). U kunt dan ook namens de patiŽnt optreden (1:453 lid 2 BW). Dat betekent ook, dat u namens de patiŽnt om informatie kunt vragen. Ze moeten u dan die informatie geven alsof u de patiŽnt zelf bent. En u heeft nog een heel sterke troef achter de hand als ze dat niet doen: Dan kan u zeggen, dat het niet in het belang is van de patiŽnt dat hij zich dŠŠr nog langer laat behandelen, en dan kunt u dreigen, dat u hem uit de klauwen van de hulpverlening haalt. Dat vinden ze niet leuk, maar als ze het zelf hard spelen, dan kunnen ze het ook terugkrijgen.

In het Burgerlijk wetboek staat ook expliciet, dat de hulpverlening de mentor bij de behandeling moet betrekken. Het verbod om informatie aan derden te verstrekken geldt niet de mentor of de voogd (7:457 lid 3 BW) . En als een patiŽnt niet zelf zijn belangen kan overzien, dan is het de mentor waaraan de hulpverlener toestemming vraagt en verantwoording aflegt (7:465 lid 3 BW).

Is het moeilijk om mentor te worden? Nee. Het enige dat u moet doen is een brief schrijven aan de Kantonrechter waarin u vertelt, dat het niet goed met uw zoon of dochter gaat, en dat u hem wilt bijstaan als mentor. Als uw zoon of dochter daar ook nog zelf voor tekent, is het in de meeste gevallen snel beklonken. Maar ook zonder toestemming kan het. Dan zal de Kantonechter echter niet beslissen voordat hij de patiŽnt heeft uitgenodigd voor een zitting. U heeft bij zo'n procedure geen advocaat nodig, maar enige professionele ondersteuning is wel handig. Dat kan ook iemand van Ypsilon of Nu voor Later zijn.

up
ZAAKWAARNEMING
De tweede mogelijkheid is zaakwaarneming.

Zaakwaarneming is iets wat veel hulpverleners niet kennen, dus het maakt ze onzeker als u erover begint. Psychologisch bent u dan in het voordeel. Zaakwaarneming betekent, dat je voor iemand iets doet zonder dat die erom gevraagd heeft. Bijvoorbeeld: U ziet dat de buurman de kraan aan heeft laten staan. Het water loopt onder de voordeur het pad op. U slaat het ruitje van de deur in en gaat naar binnen. Daar draait u de kraan dicht. Eigenlijk heeft u daarbinnen niks te zoeken, maar omdat duidelijk is, dat u in het belang van de buurman handelt, mag het toch. U treedt dan op alsof u de buurman zelf was. Zelfs het feit dat u het ruitje van de deur heeft vernield, wat gewoonlijk niet mag van de wet, kan u niet kwalijk worden genomen. Het hoeft bij zaakwaarneming niet altijd om een noodsituatie te gaan: ook bijvoorbeeld als het hek van een wei open staat, en er is een paard weggelopen, dan doet u aan zaakwaarneming als u dat paard terugbrengt en het hek sluit. Waar het om gaat, is dat u met het oog op het belang van de ander handelt. De omstandigheden van het geval moeten daarbij rechtvaardigen, dat men zich in de privť-sfeer van de ander begeeft. Dat is een prachtig argument om de hulpverlening te overtuigen, dat ze de informatie moeten geven, die u nodig heeft.

Let wel, het is niet een breekijzer in alle gevallen: iemand heeft ook het recht zich enigszins te verwaarlozen, als hij dat wil. Zolang het maar niet de spuigaten uitloopt. Als de buurman bijvoorbeeld zijn auto niet wast, dan kunt u niet als zaakwaarnemer ongevraagd zijn auto gaan soppen en poetsen. En zo is het ook als uw dochter geen gevaar vormt voor zichzelf en redelijk helder is. Dan moet ze wel de ruimte krijgen om haar eigen boontjes te doppen. Ze mag daarbij zelfs fouten maken met vallen en opstaan leren. Pas als ze dat niet meer kan, dan kunt u een beroep doen op zaakwaameming.

Als er al anderen zijn die de belangen van uw zoon of dochter behartigen, dan gaat het voorgaande natuurlijk niet op. Dus als uw zoon of dochter is opgenomen, komt u niet ver met een beroep op zaakwaarneming. Als ik moet kiezen tussen zaakwaarneming of mentorschap, dan weet ik het wel. ik zou dan altijd mentorschap aanraden. Dat is een veel solidener basis. Maar als dat er niet inzit, dan gaat er soms toch ineens een deur open als je zegt dat je de informatie op grond van zaakwaarneming nodig hebt.

up
VOLMACHT
Dan is er nog de mogelijkheid van volmacht. U kunt uw zoon of dochter een briefje laten schrijven, dat u wordt gevolmachtigd. Dan staat daar zoiets in als
Hierbij verleen ik tot nader opzegging volmacht aan X om namens mij op te treden in alle zaken mijn behandeling betreffende, en verzoek ik de behandelend sector om aan X op diens verzoek alle inlichtingen te verstrekken waarom wordt verzocht. Deze machtiging is zonder nader opzegging geldig voor de duur van 5 jaar, ingaande (datum).

De beperking in tijd staat er expres in, om niet een te algemene volmacht te verlenen. Daar wordt namelijk wantrouwig tegen aan gekeken. Het moet wel functioneel blijven.

Je kunt natuurlijk ook nog gevolmachtigd worden voor meer dan alleen het vragen van informatie. Je kunt bijvoorbeeld ook een volmacht krijgen voor het nemen van beslissingen in het behandelplan. Maar meestal voelt een patiŽnt daar niet voor. En al doen ze het, dan zien sommige hulpverleners het als hun taak om het uit hun hoofd te praten. Ze zijn daar zelfs min of meer toe verplicht, omdat het zelf beslissen gestimuleerd moet worden. En soms hebben de hulpverleners er gewoon persoonlijk bezwaar tegen als een ander (let wel een ander dan zijzelf!) keuzes maakt voor de patiŽnt. In dat geval gaan ze op de patiŽnt inpraten om de volmacht in te trekken.

Daarin zien we meteen de zwakte van deze rechtsvorm. De volmacht is altijd intrekbaar. En je wilt je kind niet de inzet maken van een machtstrijd tussen de hulpverlener en jouzelf. Deze vorm werkt dus uitstekend bij hulpverleners die best aan je verzoek om informatie tegemoet willen komen, maar niet durven, of denken dat het niet mag. Met een volmacht trek je hen over de streep. Dan zijn ze gedekt. Dan hoeven ze niet bang te zijn, dat ze het niet volgens het boekje van de goede hulpverlener doen. Maar een volmacht is niet ideaal bij hulpverleners die op hun point d'honneur staan. Die ziet daar alleen een steen des aanstoots in, die uit de weg moet worden geruimd. En hun eigen idee dat die volmacht er niet hoort te zijn vinden ze belangrijker dan de verplichting er gevolg aan te geven.

DERDEN INSCHAKELEN
Als het zover komt, is het soms verstandig derden in te schakelen. Dat kunnen derden uit de omgeving zijn, maar er kan ook iets verder gezocht worden.

up
Het gaat vooral om mensen, die een brugfunctie kunnen vervullen. Het helpt soms al een heel eind als je je partner op de hulpverlener af stuurt of een van de broers of zussen, als de communicatie is vastgelopen. Maar denk ook aan maatschappelijk werk, of een patiŽntenorganisatie, of Ypsilon, of iemand uit wat ze noemen 'de functionele kring'. Dat zijn de huisarts, de gewone behandelaar, de verwijzer enzovoort. Met die groep mag veel makkelijker informatie worden gedeeld. Stel nu, dat de hulpverlening u niet goed kent, en het eerste contact is ook al ongelukkig gestart. Die hulpverlener weet bovendien niet, dat u al jaren het vaste opvangpunt bent voor uw zoon als het weer eens slecht met hem gaat. Die hulpverlener zal dan misschien niet zo snel geneigd zijn u privacygevoelige informatie te geven. De huisarts weet dat wťl.

En die wil misschien wel voor u vragen naar de stand van zaken en u op de hoogte brengen.
En als hij dat laatste te ver vindt gaan, dan kan hij in ieder geval de hulpverlening inlichten over uw relatie met de patiŽnt en erop aandringen dat u goed op de hoogte wordt gehouden. Het woord van de huisarts wordt in dat geval altijd beschouwd als een advies over het behandelplan van de patiŽnt, en dat is iets wat de hulpverlening niet mag negeren. Hetzelfde geldt voor het maatschappelijk werk. Bovendien voelt het veel minder als gezichtsverlies.

Behalve aan de functionele kring kan je ook nog denken aan een advocaat inschakelen. Het voordeel daarvan is, dat die net als de huisarts een beroepsgeheim en ethiek heeft. De hulpverlening weet dus dat de informatie niet zomaar op straat komt te liggen. Dan is het minder erg om de informatie te delen. Bovendien heeft een hulpverlener meestal niet het gevoel dat hij het wel beter weet dan de advocaat als het gaat om wat wťl en niet mag. En tenslotte is een advocaat als het goed is geschoold in onderhandelen, met alle communicatietechnieken die daarbij horen. De eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen, dat dit niet altijd het geval is. Je hebt ook advocaten die het er alleen maar slechter op maken. En je hebt er, die zich niet veel moeite getroosten. Maar je hebt er ook, die op een nette manier duidelijk kunnen maken, dat het toch wel erg vervelend is zoals het loopt, en dat het probleem van het gebrek aan communicatie serieus genomen moet worden.

In veel gevallen is er op deze manieren wel wat te doen aan een tekort aan informatie. Niet in alle gevallen. Je houdt hulpverleners die zich niet willen laten overtuigen, die de kop in de wind gooien of die gewoon geen zin hebben hun werk goed te doen. Soms is tijdgebrek of onkunde ook het probleem. En denk niet dat het per definitie aan u ligt. Ik bereik ook niet alles. En zeker niet op de termijn die je zou willen. Maar in het uiterste geval kanje terugvallen op de rechter om het recht op informatie af te dwingen. Dan is overigens de relatie meestal wel goed verziekt en doe je er verstandig aan een andere instelling voor hulpverlening te zoeken.

Ik ben aan het einde van mijn verhaal.
Ik hoop, dat ik u duidelijk heb gemaakt dat de opmerking "Van de wet mogen we geen informatie geven" lang niet altijd juist is. De regelgeving kent uitzonderingen. Er is flexibiliteit ingebakken, en dus vereist. Ik hoop, dat u doordat u nu iets weet van het wettelijk kader beter in staat bent om weerwoord te geven. En ik hoop, dat u zo verstandig bent om anderen in te schakelen als het contact dreigt vast te lopen en op een prestigekwestie uitdraait. En ten slotte hoop ik, dat als u regelmatig tegen muren bent opgelopen, het mentorschap voor u deuren kan openen. Ik dank u.

up




Partner in de zorg

Voordracht gehouden voor Ypsilon Tilburg over de multidiciplinaire richtlijnen schizofrenie en de inbreng vanuit het familieperspectief. Voor het eerst in de geschiedenis van de richtlijnen in de GGZ zaten er ook cliŽnten en familieleden in de richtlijncommissie. Voor Ypsilon zat ondergetekende in de richtlijnwerkgroep. Dit is mijn inbreng.

Doctorandus
Gefeliciteerd Ypsilon Tilburg, Midden Brabant met jullie 15 jarig bestaan.
Mij is gevraagd iets te vertellen over de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie vanuit het familieperspectief.
Ik wil het niet echt over de richtlijn hebben maar over het familieperspectief en mijn geworstel met de verschillende rollen.
Ik wil helder hebben wat wij, als familie, zelf moeten doen, waaraan we zelf moeten werken, en wat we niet moeten doen. Wat valt dan onder de verantwoordelijkheid van de professionals.

Toen ik eind 2002 Kees Zwarthoed verving in de richtlijnwerkgroep schizofrenie als familieparticipant moest ik, toen ik de lijst zag met deelnemers, even het gevoel onderdrukken van: "WOW, met wie ik nu toch allemaal samen ga werken... doctorandussen, doctors, professoren, hoog geleerd volk!"
Op dat soort momenten is het goed je te realiseren dat ook moeders en vaders en patiŽnten, doctorandus of ingenieur zijn.
En verder werkt het positief ontnuchterend om te weten dat in de werkgroep schizofrenie allemaal gewone mensen zitten, die net als ik, een vak hebben geleerd, die onvoldoendes hebben gehaald op school en die misschien wel met de hakken over de sloot psychiater zijn geworden.
Die gedachte relativeert en maakt dat je daar zit als gelijke met een eigen inbreng, als samenwerkingspartner met een zelfde doel. Ik weet niet of iedereen dat zo heeft ervaren, ik heb het in ieder geval heel hard proberen uit te stralen.

Het is ook niet gemakkelijk geweest voor psychiaters die gewend zijn mono disciplinair te werken om ineens met allerlei ander volk samen te moeten werken.
Dat snap ik wel. Daarom is dit een heel belangrijke ontwikkeling. Wij verwachten ook een goede samenwerking op de werkvloer, dus ook in de richtlijnencommissie.

Moeder
Mijn zoon kreeg in 1995 de diagnose chronische paranoÔde schizofrenie.
Hij woont zelfstandig in Amsterdam en valt onder de Langdurig Transmurale Psychiatrie (LTP) van Mentrum. We hebben altijd een goed contact gehad met zijn behandelteam. Zij weten dat we in de thuissituatie een belangrijke steun zijn, en dat wij, als familie, ook dingen weten en zien, die het zorgteam niet ziet. Daarom zijn wij als partner belangrijk.
Maar, op dit moment gaat het niet goed met hem en vorige week heeft hij te kennen gegeven dat hij niet meer wil dat ik, als eerste contactpersoon, nog contact heb met zijn behandelaar. Ik mag wel praten met mijn eigen lotgenoten schizofreniemoeders maar ik moet geen onzin uitkramen tegen anderen, dat het niet goed met hem zou gaan.
Het gaat "fantastisch" met hem... er is niets aan de hand.
Jullie kennen het dilemma.
Op het moment dat je het juist over zou moeten nemen en een blok moet vormen samen met het behandelteam omdat het helemaal niet goed gaat, zegt je zoon dat je geen contact mag hebben en als het even tegenzit gaat de privacyregel werken. En wat dan?

Dilemma
Dit is meteen het moeilijkste onderdeel in de triade samenwerking. Zowel op microniveau als in de cliŽnten- en familieparticipatie op macro niveau.
Wanneer treed je op als vertegenwoordiger van de patiŽnt.
Wanneer treed je terug als vertegenwoordiger van de patiŽnt.
Treed je eigenlijk wel op als vertegenwoordiger van de patiŽnt of kom je, als familie, op voor je eigen belang als ervaringsdeskundig steunsysteem met een 24-uurs dienst en een partnerschap in de zorg.

In de richtlijnwerkgroep schizofrenie was het dilemma niet zo groot.
Daarin zaten, Maarten Vermeulen, Gijs Francken en Mense Anne Hartema, drie kanjers van patiŽntenvertegenwoordigers van Anoiksis die heel goed de patiŽntenbelangen kunnen vertegenwoordigen.
En ook de belangen van de zwaarste groep patiŽnten, de zogenaamde "stille zorgvragers". (De mensen die niet om zorg vragen maar die zorg wel nodig hebben)
Dus ik kon me als Ypsilon volop concentreren op het familiebelang. Verder vulden we elkaar aan. We waren een goed team.

Onderzoek vanuit familieperspectief
Al snel werd duidelijk dat er maar hťťl weinig onderzoek is gedaan vanuit het familieperspectief binnen de GGZ.
Wel vanuit het behandelperspectief, hoe gezinsinterventie werkt en hoe Expressed Emotion terugval kan veroorzaken.
Maar niet hoe je als familie sterk kunt blijven en wat familie daarvoor nodig heeft. Dus wel onderzoek over familie als "medepatiŽnt" maar niet over familie als "partner". Waar zit onze pijn? Waar zit onze kracht?
Ik heb wat onderzoek gevonden van Kwekkeboom en Aart Schene en van -van den Akker en van Poppel, hier uit Tilburg.

Er valt nog een wereld te winnen aan theorievorming en familieonderzoek.
Ik hoop dat bij de volgende versie van de richtlijnen, misschien in 2009, het onderzoek vanuit het perspectief van het relationele netwerk waaronder familie in de GGZ is verviervoudigd.

Familierollen
Waar ik als participant in de richtlijnen het meest mee heb zitten worstelen is met die verschillende rollen die we hebben. Met welke pet zit ik daar en welke taal gebruik ik.
Voor mij was het zelf niet altijd duidelijk.
Soms praatte ik als patiŽnt, ik kan me goed inleven.
Soms praatte ik als deskundige, ik heb inmiddels een pittige scholing psychiatrie en schizofrenie achter de rug.
Soms gewoon als moeder of gewoon familie.
Soms als mantelzorger.
Ik zal het proberen uit te leggen.
Een beginnetje van theorievorming waar nog flink aan gesleuteld moet worden.

familierollen

Sheet over familierollen
De horizontale lijnen staan voor onze mogelijke rollen met betrekking tot de patiŽnt.
De verticale lijn, die hier iets rechts van het midden staat is de positie die jij als familie in wilt nemen. Die lijn kan veel grilliger zijn. Je kunt ervoor kiezen om niet als zaakwaarnemer op te treden en ook om geen mantelzorger te zijn. Maar familie ben en blijf je altijd en opvoeder ook, als het om ouders en kinderen gaat.
De rol van partner en maatje is hier nog niet beschreven en ook de ingewikkelde rol van een kind dat geen kind kan blijven als een van de ouders ziek wordt. In plaats van een "superopvoeder" kom je dan gauw uit bij "superdochter" of "superzoon".

1. Gewoon familie zijn.
Dat "gewoon" is om te beginnen al helemaal niet gewoon maar "buitengewoon". Want hoe sterk moet je zijn als familie om het "gewoon" vol te houden en samen met je familielid met een kwetsbaarheid voor psychoses, alle gewone familiedingen te blijven doen. Zoals sinterklaas vieren, en kerst met de hele familie. Doorgaan met leven, aandacht verdelen tussen je kinderen. Je eigen leven leiden, je vrienden blijven zien. Samen op vakantie of alleen. Gewoon "gewoon" blijven doen is moeilijk; Schene zegt dat 65% er moeite mee heeft. Waarom is gewoon familie zijn zo belangrijk? Familie biedt sociale steun; daar liggen je roots; daar is je thuisbasis, die veilig hoort te zijn om aan herstel te kunnen werken. Wie ben je als je die basis kwijt raakt. Familie is ook het eerste steunsysteem en de eerste kwartiermaker. Met familie ga je op vakantie, op bezoek, winkelen en uit eten.
Dit is een heel belangrijke rol, die ernstig wordt onderschat door zowel politiek, financiers als behandelaren. Anders zou er al veel meer onderzoek naar zijn gedaan en zou er veel meer positieve aandacht voor zijn.

2. Superopvoeder (of superdochter, partner of zoon)
In de opvoeding werk je toe naar het moment dat je kinderen het zelf moeten overnemen. Je leert het ze zelf te doen. Op het moment, zo rond het twintigste jaar, als je op het punt staat ze helemaal los te laten, worden ze ziek. Hoe moeilijk is het voor ouders en opvoeders om het proces van loslaten en volwassen worden, niet terug te draaien. Je wilt je kind het liefst terughalen en beschermen. Maar dat kan niet meer. Ook al wordt je zoon of dochter ernstig psychotisch, de groei naar volwassenheid gaat gewoon door. Hier kun je als ouder heel veel fouten maken. Je kunt het respect van je kind kwijt raken door te gaan betuttelen en door over te nemen waar het niet hoeft. Het blijven gewoon autonome persoonlijkheden met een eigen identiteit en vele ambities zoals het managen van je eigen herstel. En dat kunnen ze, als ze de ruimte krijgen en het besef.
Wij moeten vertrouwen hebben in hun eigen kracht om te herstellen en te leren leven mťt een handicap. Dat vraagt om "superopvoeders", die durven "loslaten". En met loslaten bedoelen we niet "laten vallen".

3. Mantelzorger / informele zorg.
Hier is inmiddels wat meer onderzoek naar gedaan. Dat moet ook wel want in het kader van de WMO krijgen mantelzorgers een grotere rol toebedeeld. Mantelzorgers zijn in dit kader interessant voor politiek en financiers. Als mantelzorger bestaan we, als mantelzorger zijn we partner in zorg. Als "familie" is dat nog lang niet overal het geval. Dus hoe rottig de naam ook klinkt, als daar het geld en de ondersteuning zit, noemen wij ons zelf gewoon mantelzorger. En als mantelzorger in de GGZ is het zaak dat wij onze speciale positie eens in kaart gaan brengen.
Wij zijn geen gewone mantelzorgers. Wij zijn mantelzorger met de zware taak om "gewoon familie te blijven" en om "superopvoeders" te zijn of om "zoveel mogelijk kind" te blijven. Wij draaien vaak vierentwintig uurs diensten en als het even meezit doen we dit dertig tot veertig jaar lang. Dit maakt ook dat we ook onder de titel "Informele zorg", een speciale positie innemen.
Let op de valkuil. Als wij de zorg over nemen, gaan de professionals iets anders doen. Heel belangrijk is het om duidelijk aan te geven waar jouw zorg ophoud en waar die van de professional begint. Wat jij doet, doen zij niet. Wat zij doen, moet jij niet willen overnemen.

4. Familie als zaakwaarnemer
Hier is helemaal geen onderzoek naar gedaan. Maar dit is de rol die we claimen als vertegenwoordiger van de patiŽnt die niet voor zichzelf op kan komen. (meestal op meso en macroniveau) Volgens Schene is een zaakwaarnemer een belangenbehartiger van de patiŽnt zonder juridische constructie zoals het mentoraat. Dit is vergelijkbaar met ouders van verstandelijk gehandicapten maar met dit verschil dat zij juridisch mentor, bewindvoerder of voogd zijn en wij dat niet kunnen zijn want dat is in strijd met onze rol als opvoeder. En in strijd met het geloof in de eigen kracht van de patiŽnt. (volgens Boumans) Waar het bij de mantelzorger om de zorg gaat, gaat het hier ook om de kennis en vaardigheden. De kennis van de aandoening en ideeŽn over behandeling. Ook hier moeten we uitkijken voor de valkuil dat we niet in de schoenen gaan staan van de deskundige. Toegegeven dat we vaak net zo deskundig geworden zijn in de loop van de jaren maar voor sommige zaken zijn wij niet verantwoordelijk en dat moet duidelijk zijn, ook voor familie.

5. Partner in de zorg
ben je niet alleen als zaakwaarnemer, dus bewindvoerder of voogd of mentor van de patiŽnt. Partner in de zorg ben je vanwege je kennis van het "gewoon" familie zijn en vanwege je vaardigheden als "superopvoeder" of "superzoon, dochter of echtgenoot" en dan ook nog eens als "mantelzorger".

Aanbeveling
De belangrijkste aanbeveling die ik hier wil doen is:
Laten we als de sodemieter aan onze eigen theorievorming en aan de professionalisering van onze ervaringskennis gaan werken. Screen alle kennis en ervaringen die Ypsilon in de afgelopen twintig jaar heeft vergaard op dit gebied en formuleer onderzoeksvragen zodat politiek, financiers, onderzoekers en andere professionals vanuit ons perspectief aan de slag kunnen.

Tot slot de richtlijnen
De richtlijnen zoals die er nu liggen is een eerste multidisciplinaire poging waar ik persoonlijk niet ontevreden over ben, ook niet wat het familieperspectief betreft. Maar ze kunnen nog veel beter.
We wachten op de samenvatting en de cliŽntenversie van de richtlijn schizofrenie.
Met deze richtlijn kunnen de hulpverleners niet meer om ons heen.
En dan heb ik het natuurlijk niet over de hulpverleners uit Tilburg en omstreken want die doen het al hartstikke goed.

Er staan een aantal voor ons belangrijke aanbevelingen in.
Ik zal er ťťn noemen.
  • De hulpverlener zorgt ervoor dat als de patiŽnt vanuit zijn crisissituatie geen contact meer wil met zijn familie (naastbetrokkenen), er een eigen contactpersoon wordt aangewezen die de familie blijft ondersteunen. Zorg voor het sociale netwerk van de patiŽnt blijft belangrijk.

    Ik heb een aantal aanbevelingen overgenomen en die zal ik aan de programmaleiding hier geven, evenals de sheet.
    Meer aanbevelingen kun je vinden op het web via
    http://www.schizofrenieplein.nl/hulp/advies/richtlijn.htm

    Dank voor de aandacht

    Zie ook: Handboek Schizofrenie (red. L.de Haan); hoofdstuk 34; deel 8 Perspectief van betrokkenen; Triadisch werken: de groeiende rol van familie (Bert Stavenuiter)
    Welke rol geven we de familie?

    "De rol van familie als bondgenoot in de GGZ"

    up




  • Intensive care voor psychiatrie nodig!

    Dit is iets wat wij moeders en vaders al wisten. Behalve een intensive care en de daarbij behorende hoge kwaliteit zorg hebben we ook hulpverleners nodig die naast de patiŽnt ook de familie goed en zorgvuldig opvangt.
    De hulpverleners binnen de psychiatrie zouden ook moeten leren (en dat kan pas geleerd worden als het "beleid" van de instelling of de afdeling dit mogelijk maakt) om de familie op te vangen en te woord te staan en met alle zorg te omringen die past bij een ernstige psychiatrische crisissituatie.
    Dat treft de gehele omgeving.
    Een psychiatrische crisis ontregelt het hele gezin, net als een herseninfarct of een hartinfarct dit doet, die je naaste treft.
    In de gewone ziekenhuizen word je wel goed opgevangen bij ernstige gebeurtenissen binnen het gezin. De GGZ heeft nog een lange weg te gaan. Dit is een van de beginnetjes.

    up

    Intensieve care voor psychiatrie nodig (Volkskrant 15 december 2009)

    - Psychiaters pleiten voor intensieve care-afdeling
    - Zorg voor acute psychiatrische patiŽnten onvoldoende

    PatiŽnten met acute psychiatrische problemen worden te veel aan hun lot overgelaten. Hun ziekte wordt onvoldoende behandeld, en ze belanden nog altijd te vaak in isoleercellen omdat het personeel de ernstig gestoorde patiŽnten niet aankan. Daarom moeten er in psychiatrische instellingen intensive care-afdelingen komen, net als in ziekenhuizen.

    Dat stellen de initiatiefnemers van de conferentie Intensive Care in de geestelijke gezondheidszorg die donderdag wordt gehouden. Ook GGZ Nederland en de landelijke vereniging voor psychiaters (NVvP) zijn voorstander van intensive cares, waar meer en speciaal opgeleid personeel zou moeten werken.

    'Er werken nu domweg te weinig en onvoldoende gespecialiseerde mensen bij de acute patienten' zegt NVvP-voorzitter Rutger-Jan van der Gaag. 'Bij een hartaanval is het ondenkbaar dat je in het ziekenhuis een verpleegkundige krijgt die alleen een basisopleiding heeft gehad', zegt initiatiefnemer Berno van Meijel, lector GGZ verpleegkunde. 'Maar in de acute psychiatrie gebeurt dat wel. Er werken ook uitzendkrachten. Terwijl daar de zwaarste patiŽnten zitten'.


    up

    Landelijke vereniging voor psychiaters pleit voor intensive care in psychiatrie,
    IC kan patiŽnt isoleercel besparen

    Voormalig hoofdverpleegkundige Casper Nusselder kreeg een aantal jaar geleden een ernstig verwarde patiŽnte op de psychiatrische afdeling waar hij werkte. 'Ze sprak alleen Amerikaans, maar we kregen er geen woord uit. Toen we een andere instelling belden, zeiden ze "Praat ze Amerikaans? Heeft ze rood haar? Ja? Oh, die hebben we ook gehad. Die is gewoon verslaafd. Die moet je methadon geven, daar wordt ze rustig van'.
    En dat deden ze, zegt Nusselder. 'Nou, daar werd ze inderdaad heel rustig van. Op een gegeven moment lag ze in coma in de isoleercel. Bleek het toch niet dezelfde vrouw te zijn'.

    Nusselder, die 19 jaar in de psychiatrie werkte, is een van de initiatiefnemers van de conferentie Intensive Care in de GGZ. Daar wordt donderdag gepleit voor intensive care-afdelingen in psychiatrische instellingen, vergelijkbaar met de intensive cares van ziekenhuizen. Op die intensive cares zou niet alleen mťťr, maar ook meer gespecialiseerd personeel moeten werken. De zorg voor acute psychiatrische patiŽnten is onvoldoende, zegt Nusselder. 'Ze worden verwaarloosd. Afdelingen staan onder grote druk. Elke week gebeuren er vergelijkbare incidenten'.

    'Stel, het is vrijdag en je raakt ik de war', zegt voorzitter Rutger Jan van der Gaag van de landelijke vereniging voor psychiaters(NVvP). 'Dan kom je op een psychiatrieafdeling, maar als je pech hebt, staat daar 's avonds een onervaren verpleegkundige. Ook zitten er nog 25 mensen die net zo in de war zijn als jij. Psychotisch, angstig, agressief. Wat doe je dan? Ja, dan ga je schoppen en slaan. En je belandt waarschijnlijk in de isoleercel. Maar als er iemand bij je was gebleven, was dat misschien helemaal niet nodig geweest. Ik ben heel blij met het idee van intensive cares'.

    'Dat idee leeft breed bij de gesloten afdelingen', zegt ook Wouter van Ewijk, psychiater, lid van de Raad van Berstuur van het VUmc en vicevoorzitter van GGZ Nederland. 'Ik ben voor kleine afdelingen met drie keer zoveel personeel. Het is nu te vaak pappen en nathouden'.
    Er komen bovendien veel zwaardere gevallen, zegt hij. 'Bijna iedereen heeft ernstige psychoses, bijna iedereen gebruikt drugs, bijna iedereen is gedwongen opgenomen. Als er straks 20 procent bezuinigd moet worden, gaat het een enorme puinhoop worden'.

    Eind vorig jaar overleed een patiŽnt in een isoleercel nadat hij was gestikt in zijn eigen braaksel. Daarna stond de sector, al jaren bezig het aantal isolaties te verminderen, op scherp: de separaties daalden van 10 tot 15 procent, zegt Berno van Meijel, lector GGZ Verpleegkunde en initiatiefnemer van de conferentie. 'Er zijn instellingen waar het heel goed gaat'.

    'Toch valt er een aantal doden per jaar', zegt Nusselder, die als trainer werkt. 'Maar die worden buiten de pers gehouden. Als je iemand zwaar onder de medicijnen met een boterham in de isoleercel stopt, en je gaat af en toe eens kijken- ja, dan ben je soms dus te laat. Maar familie wil vaak niet dat zoiets in de publiciteit komt'.

    'Dit zijn zeer ernstige psychiatrische gevallen', zegt Van der Gaag. 'Daar vallen helaas doden. Maar die mogen niet vallen omdat wij er niet goed mee omgaan of onbekwaam toezicht houden. Toch kan ik niet uitsluiten dat die incidenten zich voordoen'. Hij vindt dat bij de zwaarste patiŽnten 24 uur per dag een psychiater beschikbaar moet zijn. 'Er wordt best intensief behandeld, maar daarin schieten we nog wel eens tekort'.

    Volgens Van Ewijk is het goed dat verpleegkundigen en psychiaters zich specialiseren in acute zorg. 'Er wordt heel hard en met goede intenties gewerkt,maar het is zwaar en emotioneel werk. Ook is er heel veel agressie naar het personeel'.

    Sommige patiŽnten gaan ontzettend lopen sarren en manipuleren, zegt Nusselder. 'Ze voelen bij iedereen waar de zwakke plekken zitten. Dan moet je professioneel zijn, maar je hebt natuurlijk wel gevoelens. Bij onervaren teams zie je vaak dat iedereen gaat denken dat het aan de patiŽnt ligt. Dat ze zich tegen de patiŽnt keren. Daarom moet je bij deze patiŽnten niet te veel jonge, onervaren verpleegkundigen zetten'.

    up