Behandeling

Familie en naastbetrokkenen Kanjers met een kwetsbaarheid Meedoen Steun Sitemap Links Contact

Behandeling (Zelf)hulp en begeleiding Maatschappelijke ondersteuning (WMO)


home
Home

GGZ en psychiatrie en de behandeling en begeleiding vanuit de zorg


Iris Sommer -Haperende Hersenen -Hoe nu verder (PDF-PPT)
Onderzoek naar het afbouwen van Anti Psychotica - Hamlett studie

Baart: wat is presentie
Baart over presentie en familie. (PDF-PPT)
Amador: We moeten vrienden worden met de patiënt
Filmpje van Amador
Jim van Os: Film van het debat over SBN
Onduidelijkheid over de invloed van de Sociale psychiatrie.
Cannabis als een veelbelovend antipsychoticum. (PDF-PPT)
Borderline is

up





Onduidelijkheid over de invloed van de Sociale Psychiatrie

Ingezonden brief Familieblad De Omgeving Familieraad Mentrum (2006)
Beste leden van de Familieraad,
Ik heb jullie Nieuwsbrief met interesse gelezen, maar ben geschrokken over jullie opvatting over sociale psychiatrie.
Sociale psychiatrie betekent dat je de patiënt ziet in de sociale context: relaties, werk, huisvesting et cetera. Dus juist veel oog voor schulden, uitkering, huisuitzetting en andere praktische zaken.
Het wil absoluut niet zeggen dat de aandoening door de omgeving komt! Wel dat je de patiënt niet geïsoleerd van zijn omgeving kunt zien. Ofwel, wij sociaal psychiaters staan bij uitstek waar jullie voor staan! Ik hoop dat jullie dit misverstand uit de weg kunnen ruimen!
Met vriendelijke groet,
Anne-Marie van Dam, psychiater Spoedeisende Psychiatrie

Reactie op de Ingezonden brief
In de vorige omgeving vroeg ik me af waar het nu door komt dat veel grote GGZ instellingen (zoals Mentrum), anno 2006, nog geen familiebeleid hebben.
Hoe het komt dat de omgang met naastbetrokkenen in veel instellingen nog steeds afhangt van individuele hulpverleners en “geïsoleerde” initiatieven.
Ik noemde de rigide wet- en regelgeving als mogelijke oorzaak of de neveneffecten van de Sociale Psychiatrie. Hoe kom ik hier nu bij! Is dit een misverstand dat uit de weg geruimd moet worden?
Ik weet dat aan de basis van de sociale psychiatrie mensen werken met oog en hart voor de hele mens en niet enkel een “patiënt” zien los van zijn of haar context die in een soort “laboratorium” situatie wordt behandeld met op bewijzen gestoelde wetenschappelijke methoden.
Toch heeft de klinische en biologische benadering de laatste jaren de overhand gekregen binnen de psychiatrie.
En dan doet zich een hele eigenaardige tegenstelling voor.
Juist vanuit de sociale psychiatrie met oog voor de sociale context en het belang van de hele mens, werd de basis gelegd, onder invloed van de anti-psychiatrie, voor het “sociale model” in de psychiatrie waardoor men, ik citeer “(…) klassieke psychiatrische toestandsbeelden (bijvoorbeeld schizofrenie) niet in een medische maar interactionele en sociale context ging beschouwen. De oorzaak van psychische stoornissen werd gezocht in sociale factoren, opvoeding, gebeurtenissen die stress opleveren en aanpassingsproblemen van individuen. Dit tot veel verdriet van veel ouders die beschouwd werden als belangrijke oorzakelijke factor in het ontstaan van psychiatrische problemen bij hun kinderen.” (p.22. Sociale Psychiatrie; visie, theorie en methoden van een maatschappelijk georiënteerde psychiatrie; onder redactie van Kees Onderwater; Ivonne van der Padt e.a.; uitgeverij Lemma BV-Utrecht-2005; ISBN 90 5931 334 8.)

up

Als je dan ook nog hoort dat nog geen vijfentwintig jaar geleden vanuit de psychoanalyse en de systeemtheorie “het kind uit de familiekluwen gehaald moest worden en ondergebracht moest worden in “peergroepen” (leeftijdsgroepen) om de autonomie te vergroten” (lezing Don Linszen) dan ben je als familie alleen maar blij dat neurobiologisch onderzoek vaststelt dat oorzaken niet in de opvoeding liggen maar een genetische of lichamelijke oorsprong hebben.
Inmiddels zijn we vele bewezen inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen verder en is de tijd rijp voor hulpverleners met oog en hart voor de cliënt als heel mens, ingebed in een sociaal netwerk.
En, ik citeer “(…) Een belangrijk aandachtspunt in de hulpverlening aan cliënten is de inbedding in en het gebruik kunnen maken van een sociaal netwerk. (…) inbedding in een netwerk van persoonlijke relaties en het uitwisselen van sociale steun leidt over het algemeen tot een hoger niveau van welbevinden en een beter gezondheid.” (blz. 21. Sociale psychiatrie) En of het nu om maatjes gaat, buren of familie, het is een positief geluid dat sociaal psychiaters zoals Anne-Marie van Dam en vlaggendragers zoals Ivonne van der Padt, een van de schrijvers van dit hierboven genoemde boek, laten horen.
Is het een misverstand of een onduidelijkheid? Mijn vraag naar het ontbreken van een familiebeleid blijft staan. Het antwoord zou je, in stijl van de sociale psychiatrie, kunnen zoeken in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar. Die waren niet gericht op het sociale netwerk maar op de rechten en emancipatie van de patiënt, en terecht. Dat heeft veel goeds opgeleverd en dat moet ook doorgaan.
De maatschappelijke ontwikkelingen zullen nu en de komende jaren worden bepaald door het omgooien van de gehele financiële infrastructuur. Een deel van het AWBZ geld (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) wordt overgeheveld naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning).
Een ontwikkeling die in de lijn ligt van de Sociale Psychiatrie en gericht is op herstel en burgerschap van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Onder de regie van de Gemeente komt de vermaatschappelijking in een nieuwe fase. De rol van de omgeving en het sociale netwerk, waaronder familie, wordt in de toekomst groter. Dus roepen wij uit volle borst: sociale psychiatrie, laat van je horen, met jullie inzichten en inzet kunnen jullie in deze tijd, ook voor familie, van grote betekenis zijn.

up




Borderline

Borderline is soms één minuut me gelukkig voelen, intens tevreden en dan weer die onrust.
Straffen moet ik, zeer voelen, ik voel niet, ik besta niet, ik ben niet.
Borderline is “laat me met rust”, “rot op” en tegelijk “bel me”, “houd van me”, “geef om me”.
Borderline is niets kunnen beloven. “Ik bel je morgen” zei ik net tegen iemand,
maar misschien wil ik morgen wel niemand spreken.
Borderline is niet durven dromen, niet aan een opleiding durven beginnen, ik kan niet
garanderen dat ik het volhoud, zelfs niet een week.
Borderline is telkens maar uitleggen, verdedigen, schaamte.
Borderline is het verlangen naar chaos en het tegelijk haten.
Borderline is onzichtbare pijn.
Borderline is denken “jaja het zal wel, wat moet je van me” als je een glimlach ontvangt.
Borderline is toegeven aan iets liefs voor jezelf doen en met 20 in plaats van één plant
thuiskomen en dan weer geen eten kunnen kopen.
Borderline is terugtrekken bij het eerste vermoeden van verraad.
Borderline is intens leven en intens dood willen om de paar minuten.
Borderline is angst.
Borderline is altijd zoeken naar prikkels, ruzie, alles wat me raakt en het vervolgens niet aankunnen.
Borderline is “red me” “neem de verantwoording over” en “blijf van me af, ga weg” in één zin.
Borderline is “unfähig zum leben”, een rare uitdrukking, “onmachtig” en “onwaardig” bedoel ik.
Borderline is verlangen naar een permanent kuuroord, niet die boze buitenwereld.
Borderline maakt eenzaam en rijk tegelijk.
Borderline maakt me stuk en heelt me.
Borderline…Ik heb het, haat het en omarm het.
Borderline, dat heb ik.

Door Ellen Niewold
Dit lijstje komt uit het borderline bulletin: Samen zoeken naar balans.

up




'We moeten vrienden worden met de patiënt'

Professor Xavier Amador van de Colombia University in New York vond een manier om schizofrene patiënten zonder ziekte-inzicht toch over te halen in behandeling te gaan. 'Deze strijd win je niet met argumenten.'

Zeven jaar lang maakte psychiater Xavier Amador ruzie met zijn schizofrene broer Henry. Amador probeerde hem te helpen, Henry wilde geen hulp. Want Henry was niet ziek. Vond Henry. 'Hij werd gemiddeld vier keer per jaar opgenomen in het ziekenhuis', vertelt Amador. 'Dan zei hij braaf ja en amen tegen de doktoren, en beloofde zijn medicijnen te slikken.
Eenmaal thuis gooide hij ze meteen in de prullenbak. Hij loog tegen mij en de dokters, hij deed mijn moeder veel verdriet. Ik dacht dat hij een verschrikkelijk persoon was geworden.'

Schizofrene patiënten die hun ziekte ontkennen, worden 'lastige' patiënten genoemd, weet Amador. Ze willen niet behandeld worden, ze komen niet op afspraken en ze nemen hun medicijnen niet. Na een jaar slikt de helft van de schizofrene patiënten hun medicijnen niet meer, na twee jaar is driekwart ermee gestopt. Af en toe worden ze opgenomen, en dan begint het hele liedje weer van voren af aan. Na zeven jaar besefte Amador dat de welles-nietes strijd een vergeefse was. 'Als ik jou nu zou zeggen dat je je voortaan iedere dag met insuline moet injecteren, zou je dat doen? Nee! Want je hebt geen diabetes, en insulineshots zijn gevaarlijk voor een gezond persoon.
Natuurlijk weiger je.'

Toch beweert u patiënten zo ver te kunnen krijgen dat ze in behandeling gaan. Hoe dan?
'Ironisch genoeg door niet meer te proberen de patiënten ervan te overtuigen dat ze ziek zijn. Dat meningsverschil wordt namelijk een obstakel in de relatie. Zo was het ook met mijn broer. We waren ooit zo close, maar toen hij bleef ontkennen dat hij ziek was, werden we vijanden. Zelfs al behandelde ik hem met respect, iedere keer als ik vertelde dat hij ziek was, beledigde ik hem.
Ik heb in de loop der jaren een methode gevonden om over dat obstakel heen te springen. Deze methode, LEAP, bestaat uit vier stappen: luisteren, inleven, overeenkomen en samenwerken (Listen, Empathise, Agree, Partner).'

Hoe ziet die methode er in de praktijk uit?
'Ik luister wat de patiënt te zeggen heeft en laat blijken dat ik hem begrijp: "Ok, dus je weet zeker dat je niet ziek bent, het échte probleem is dat er een chip in je hoofd is geplaatst."
Ik leef me in: "Dat moet heel naar voor je zijn, dat niemand je gelooft." Dat meen ik echt. Deze mensen zijn ontzettend eenzaam. Hoe zou jij het vinden als niemand je zou geloven, terwijl jij honderd procent zeker weet dat je gelijk hebt?
Vervolgens ga ik op zoek naar zaken waar we het wél over eens zijn. Wat wil de patiënt graag? Hij wil het ziekenhuis uit, een baan, goede nachtrust.
Daarbij kan ik hem helpen. We gaan samenwerken om die doelen te bereiken.
Als hij medicijnen neemt, zal hij zich minder zorgen hoeven te maken over de CIA die hem 's nachts uit zijn slaap houdt.
Bovendien zullen de mensen minder bang voor hem zijn, omdat hij niet meer hardop tegen zijn stemmen praat. Dat zal het makkelijker maken om een baantje te vinden.'

Moet de psychiater meegaan in de illusie dat de patiënt gezond is?
'Nee. Doordat je laat blijken dat je zijn standpunt begrijpt, kan het zijn dat je de indruk wekt dat je het met hem eens bent. Dat is niet zo, en dat moet je ook niet veinzen. Het gebeurt geregeld dat een patiënt mij vraagt: "Dus u vindt ook dat ik niet ziek ben, dokter?" Ik vertel hem mijn mening, maar dat doe ik op een nederige manier - en alleen als de patiënt er expliciet naar vraagt. Ook hiervoor heb ik een methode. Ten eerste bied ik mijn excuses aan: "Sorry, ik vrees dat dit teleurstellend voor je is", dan laat ik blijken dat ik er ook best naast kan zitten. Tenslotte vraag ik of we het er over eens kunnen worden dat we van mening verschillen: "Ik wil hier geen ruzie over maken. Ik denk dat jouw mening belangrijker is dan de mijne, maar als je het echt wil weten: ik denk inderdaad dat je ziek bent." Daarna hebben we het er niet meer over.'

Dus de patiënten hebben helemaal geen ziekte-inzicht nodig om behandeld te worden?
'Nee! Sterker nog, ziekte-inzicht is in veel gevallen niet eens mogelijk.
Gebrek aan ziekte-inzicht is namelijk een symptoom van de ziekte schizofrenie. Wetenschappelijk onderzoek is daar heel duidelijk over, er is ook een officiële naam: anasognosia. In de DSM IV staat dan ook beschreven dat dit een kenmerk van de ziekte is, en geen onwil of manier om met de ziekte om te gaan.'

Is dit inzicht voldoende tot psychiaters doorgedrongen?
'Nee. Ik schat dat ruim negentig procent niet beseft dat dit een kenmerk van de ziekte is.'

Waarom zouden mensen een leven lang medicijnen nemen terwijl ze overtuigd zijn dat ze ze niet nodig hebben?
'Omdat ze ons vertrouwen. Dit gevecht om medewerking win je niet met rationele argumenten, je wint het op basis van de relatie met de patiënt.
Mijn broer heeft uiteindelijk achttien jaar braaf zijn medicijnen genomen, maar hij heeft nooit geloofd dat hij schizofrenie had. Hij nam die medicijnen alleen maar omdat hij wist hoe graag wij dat wilden. Dat is ook de belangrijkste verandering sinds ik niet meer probeerde hem te overtuigen van zijn ziekte: we konden weer close zijn. Hij voelde zich weer gerespecteerd door mij, ik beoordeelde hem niet. Als hij vertelde over zijn wanen, zei ik niet dat ze niet waar waren. Ik was geïnteresseerd in zijn mening, en daardoor was hij ook bereid naar de mijne te luisteren.'

'We moeten dus vrienden worden met de patiënt.
Ik weet dat sommige psychiaters zich heel ongemakkelijk voelen bij dat idee, maar het draait allemaal om relaties. Het advies van een vriend neem je immers eerder aan dat van een onbekende. Want vergeet niet, voor patiënten betekent het helemaal niets dat ik een psychiater ben. Zij vinden zichzelf geen patiënt, dus wat moeten ze met de mening van een psychiater? Ik had net zo goed loodgieter kunnen zijn. Het beste wat je dan kunt doen is vrienden worden.'
(CS)

©Psy 29-04-2011

up