Hulp en begeleiding

Familie en naastbetrokkenen Kanjers met een kwetsbaarheid Meedoen Steun Sitemap Links Contact

Behandeling (Zelf)hulp en begeleiding Maatschappelijke ondersteuning (WMO)


home
Home

Over hulp, begeleiding en allerlei taken en rollen


Schizofrenie en de metafoor van het kompas- Grietje Santing (PDF)

Familie: oorzaak en oplossing (lezing voor Leo's afscheid) (worddocument)
Partner in de zorg
Familierollen
PatiŽnt- en familiebeleid in de triadebenadering (PDF)
Familie als bondgenoot
Cornelie van Well

Patricia Deegan: herstel als een reis van het hart
Empowerment
Niet alleen de patiŽnt centraal: over familieleden in de GGZ (worddocument)
"De rol van familie als bondgenoot in de GGZ"(Hester van den Bovenkamp) (worddocument)
De honden blaffen maar de karavaan trekt verder! (worddocument)

up

">



Partner in de zorg

Voordracht gehouden voor Ypsilon Tilburg over de multidiciplinaire richtlijnen schizofrenie en de inbreng vanuit het familieperspectief. Voor het eerst in de geschiedenis van de richtlijnen in de GGZ zaten er ook cliŽnten en familieleden in de richtlijncommissie. Voor Ypsilon zat ondergetekende in de richtlijnwerkgroep. Dit is mijn inbreng.

Doctorandus
Gefeliciteerd Ypsilon Tilburg, Midden Brabant met jullie 15 jarig bestaan.
Mij is gevraagd iets te vertellen over de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie vanuit het familieperspectief.
Ik wil het niet echt over de richtlijn hebben maar over het familieperspectief en mijn geworstel met de verschillende rollen.
Ik wil helder hebben wat wij, als familie, zelf moeten doen, waaraan we zelf moeten werken, en wat we niet moeten doen. Wat valt dan onder de verantwoordelijkheid van de professionals.

Toen ik eind 2002 Kees Zwarthoed verving in de richtlijnwerkgroep schizofrenie als familieparticipant moest ik, toen ik de lijst zag met deelnemers, even het gevoel onderdrukken van: "WOW, met wie ik nu toch allemaal samen ga werken... doctorandussen, doctors, professoren, hoog geleerd volk!"
Op dat soort momenten is het goed je te realiseren dat ook moeders en vaders en patiŽnten, doctorandus of ingenieur zijn.
En verder werkt het positief ontnuchterend om te weten dat in de werkgroep schizofrenie allemaal gewone mensen zitten, die net als ik, een vak hebben geleerd, die onvoldoendes hebben gehaald op school en die misschien wel met de hakken over de sloot psychiater zijn geworden.
Die gedachte relativeert en maakt dat je daar zit als gelijke met een eigen inbreng, als samenwerkingspartner met een zelfde doel. Ik weet niet of iedereen dat zo heeft ervaren, ik heb het in ieder geval heel hard proberen uit te stralen.

Het is ook niet gemakkelijk geweest voor psychiaters die gewend zijn mono disciplinair te werken om ineens met allerlei ander volk samen te moeten werken.
Dat snap ik wel. Daarom is dit een heel belangrijke ontwikkeling. Wij verwachten ook een goede samenwerking op de werkvloer, dus ook in de richtlijnencommissie.

Moeder
Mijn zoon kreeg in 1995 de diagnose chronische paranoÔde schizofrenie.
Hij woont zelfstandig in Amsterdam en valt onder de Langdurig Transmurale Psychiatrie (LTP) van Mentrum. We hebben altijd een goed contact gehad met zijn behandelteam. Zij weten dat we in de thuissituatie een belangrijke steun zijn, en dat wij, als familie, ook dingen weten en zien, die het zorgteam niet ziet. Daarom zijn wij als partner belangrijk.
Maar, op dit moment gaat het niet goed met hem en vorige week heeft hij te kennen gegeven dat hij niet meer wil dat ik, als eerste contactpersoon, nog contact heb met zijn behandelaar. Ik mag wel praten met mijn eigen lotgenoten schizofreniemoeders maar ik moet geen onzin uitkramen tegen anderen, dat het niet goed met hem zou gaan.
Het gaat "fantastisch" met hem... er is niets aan de hand.
Jullie kennen het dilemma.
Op het moment dat je het juist over zou moeten nemen en een blok moet vormen samen met het behandelteam omdat het helemaal niet goed gaat, zegt je zoon dat je geen contact mag hebben en als het even tegenzit gaat de privacyregel werken. En wat dan?

Dilemma
Dit is meteen het moeilijkste onderdeel in de triade samenwerking. Zowel op microniveau als in de cliŽnten- en familieparticipatie op macro niveau.
Wanneer treed je op als vertegenwoordiger van de patiŽnt.
Wanneer treed je terug als vertegenwoordiger van de patiŽnt.
Treed je eigenlijk wel op als vertegenwoordiger van de patiŽnt of kom je, als familie, op voor je eigen belang als ervaringsdeskundig steunsysteem met een 24-uurs dienst en een partnerschap in de zorg.

In de richtlijnwerkgroep schizofrenie was het dilemma niet zo groot.
Daarin zaten, Maarten Vermeulen, Gijs Francken en Mense Anne Hartema, drie kanjers van patiŽntenvertegenwoordigers van Anoiksis die heel goed de patiŽntenbelangen kunnen vertegenwoordigen.
En ook de belangen van de zwaarste groep patiŽnten, de zogenaamde "stille zorgvragers". (De mensen die niet om zorg vragen maar die zorg wel nodig hebben)
Dus ik kon me als Ypsilon volop concentreren op het familiebelang. Verder vulden we elkaar aan. We waren een goed team.

Onderzoek vanuit familieperspectief
Al snel werd duidelijk dat er maar hťťl weinig onderzoek is gedaan vanuit het familieperspectief binnen de GGZ.
Wel vanuit het behandelperspectief, hoe gezinsinterventie werkt en hoe Expressed Emotion terugval kan veroorzaken.
Maar niet hoe je als familie sterk kunt blijven en wat familie daarvoor nodig heeft. Dus wel onderzoek over familie als "medepatiŽnt" maar niet over familie als "partner". Waar zit onze pijn? Waar zit onze kracht?
Ik heb wat onderzoek gevonden van Kwekkeboom en Aart Schene en van -van den Akker en van Poppel, hier uit Tilburg.

Er valt nog een wereld te winnen aan theorievorming en familieonderzoek.
Ik hoop dat bij de volgende versie van de richtlijnen, misschien in 2009, het onderzoek vanuit het perspectief van het relationele netwerk waaronder familie in de GGZ is verviervoudigd.

Familierollen
Waar ik als participant in de richtlijnen het meest mee heb zitten worstelen is met die verschillende rollen die we hebben. Met welke pet zit ik daar en welke taal gebruik ik.
Voor mij was het zelf niet altijd duidelijk.
Soms praatte ik als patiŽnt, ik kan me goed inleven.
Soms praatte ik als deskundige, ik heb inmiddels een pittige scholing psychiatrie en schizofrenie achter de rug.
Soms gewoon als moeder of gewoon familie.
Soms als mantelzorger.
Ik zal het proberen uit te leggen.
Een beginnetje van theorievorming waar nog flink aan gesleuteld moet worden.

familierollen (PDF)

Sheet over familierollen
De horizontale lijnen staan voor onze mogelijke rollen met betrekking tot de patiŽnt.
De verticale lijn, die hier iets rechts van het midden staat is de positie die jij als familie in wilt nemen. Die lijn kan veel grilliger zijn. Je kunt ervoor kiezen om niet als zaakwaarnemer op te treden en ook om geen mantelzorger te zijn. Maar familie ben en blijf je altijd en opvoeder ook, als het om ouders en kinderen gaat.
De rol van partner en maatje is hier nog niet beschreven en ook de ingewikkelde rol van een kind dat geen kind kan blijven als een van de ouders ziek wordt. In plaats van een "superopvoeder" kom je dan gauw uit bij "superdochter" of "superzoon".

1. Gewoon familie zijn.
Dat "gewoon" is om te beginnen al helemaal niet gewoon maar "buitengewoon". Want hoe sterk moet je zijn als familie om het "gewoon" vol te houden en samen met je familielid met een kwetsbaarheid voor psychoses, alle gewone familiedingen te blijven doen. Zoals sinterklaas vieren, en kerst met de hele familie. Doorgaan met leven, aandacht verdelen tussen je kinderen. Je eigen leven leiden, je vrienden blijven zien. Samen op vakantie of alleen. Gewoon "gewoon" blijven doen is moeilijk; Schene zegt dat 65% er moeite mee heeft. Waarom is gewoon familie zijn zo belangrijk? Familie biedt sociale steun; daar liggen je roots; daar is je thuisbasis, die veilig hoort te zijn om aan herstel te kunnen werken. Wie ben je als je die basis kwijt raakt. Familie is ook het eerste steunsysteem en de eerste kwartiermaker. Met familie ga je op vakantie, op bezoek, winkelen en uit eten.
Dit is een heel belangrijke rol, die ernstig wordt onderschat door zowel politiek, financiers als behandelaren. Anders zou er al veel meer onderzoek naar zijn gedaan en zou er veel meer positieve aandacht voor zijn.

2. Superopvoeder (of superdochter, partner of zoon)
In de opvoeding werk je toe naar het moment dat je kinderen het zelf moeten overnemen. Je leert het ze zelf te doen. Op het moment, zo rond het twintigste jaar, als je op het punt staat ze helemaal los te laten, worden ze ziek. Hoe moeilijk is het voor ouders en opvoeders om het proces van loslaten en volwassen worden, niet terug te draaien. Je wilt je kind het liefst terughalen en beschermen. Maar dat kan niet meer. Ook al wordt je zoon of dochter ernstig psychotisch, de groei naar volwassenheid gaat gewoon door. Hier kun je als ouder heel veel fouten maken. Je kunt het respect van je kind kwijt raken door te gaan betuttelen en door over te nemen waar het niet hoeft. Het blijven gewoon autonome persoonlijkheden met een eigen identiteit en vele ambities zoals het managen van je eigen herstel. En dat kunnen ze, als ze de ruimte krijgen en het besef.
Wij moeten vertrouwen hebben in hun eigen kracht om te herstellen en te leren leven mťt een handicap. Dat vraagt om "superopvoeders", die durven "loslaten". En met loslaten bedoelen we niet "laten vallen".

3. Mantelzorger / informele zorg.
Hier is inmiddels wat meer onderzoek naar gedaan. Dat moet ook wel want in het kader van de WMO krijgen mantelzorgers een grotere rol toebedeeld. Mantelzorgers zijn in dit kader interessant voor politiek en financiers. Als mantelzorger bestaan we, als mantelzorger zijn we partner in zorg. Als "familie" is dat nog lang niet overal het geval. Dus hoe rottig de naam ook klinkt, als daar het geld en de ondersteuning zit, noemen wij ons zelf gewoon mantelzorger. En als mantelzorger in de GGZ is het zaak dat wij onze speciale positie eens in kaart gaan brengen.
Wij zijn geen gewone mantelzorgers. Wij zijn mantelzorger met de zware taak om "gewoon familie te blijven" en om "superopvoeders" te zijn of om "zoveel mogelijk kind" te blijven. Wij draaien vaak vierentwintig uurs diensten en als het even meezit doen we dit dertig tot veertig jaar lang. Dit maakt ook dat we ook onder de titel "Informele zorg", een speciale positie innemen.
Let op de valkuil. Als wij de zorg over nemen, gaan de professionals iets anders doen. Heel belangrijk is het om duidelijk aan te geven waar jouw zorg ophoud en waar die van de professional begint. Wat jij doet, doen zij niet. Wat zij doen, moet jij niet willen overnemen.

4. Familie als zaakwaarnemer
Hier is helemaal geen onderzoek naar gedaan. Maar dit is de rol die we claimen als vertegenwoordiger van de patiŽnt die niet voor zichzelf op kan komen. (meestal op meso en macroniveau) Volgens Schene is een zaakwaarnemer een belangenbehartiger van de patiŽnt zonder juridische constructie zoals het mentoraat. Dit is vergelijkbaar met ouders van verstandelijk gehandicapten maar met dit verschil dat zij juridisch mentor, bewindvoerder of voogd zijn en wij dat niet kunnen zijn want dat is in strijd met onze rol als opvoeder. En in strijd met het geloof in de eigen kracht van de patiŽnt. (volgens Boumans) Waar het bij de mantelzorger om de zorg gaat, gaat het hier ook om de kennis en vaardigheden. De kennis van de aandoening en ideeŽn over behandeling. Ook hier moeten we uitkijken voor de valkuil dat we niet in de schoenen gaan staan van de deskundige. Toegegeven dat we vaak net zo deskundig geworden zijn in de loop van de jaren maar voor sommige zaken zijn wij niet verantwoordelijk en dat moet duidelijk zijn, ook voor familie.

5. Partner in de zorg
ben je niet alleen als zaakwaarnemer, dus bewindvoerder of voogd of mentor van de patiŽnt. Partner in de zorg ben je vanwege je kennis van het "gewoon" familie zijn en vanwege je vaardigheden als "superopvoeder" of "superzoon, dochter of echtgenoot" en dan ook nog eens als "mantelzorger".

Aanbeveling
De belangrijkste aanbeveling die ik hier wil doen is:
Laten we als de sodemieter aan onze eigen theorievorming en aan de professionalisering van onze ervaringskennis gaan werken. Screen alle kennis en ervaringen die Ypsilon in de afgelopen twintig jaar heeft vergaard op dit gebied en formuleer onderzoeksvragen zodat politiek, financiers, onderzoekers en andere professionals vanuit ons perspectief aan de slag kunnen.

Tot slot de richtlijnen
De richtlijnen zoals die er nu liggen is een eerste multidisciplinaire poging waar ik persoonlijk niet ontevreden over ben, ook niet wat het familieperspectief betreft. Maar ze kunnen nog veel beter.
We wachten op de samenvatting en de cliŽntenversie van de richtlijn schizofrenie.
Met deze richtlijn kunnen de hulpverleners niet meer om ons heen.
En dan heb ik het natuurlijk niet over de hulpverleners uit Tilburg en omstreken want die doen het al hartstikke goed.

Er staan een aantal voor ons belangrijke aanbevelingen in.
Ik zal er ťťn noemen.
  • De hulpverlener zorgt ervoor dat als de patiŽnt vanuit zijn crisissituatie geen contact meer wil met zijn familie (naastbetrokkenen), er een eigen contactpersoon wordt aangewezen die de familie blijft ondersteunen. Zorg voor het sociale netwerk van de patiŽnt blijft belangrijk.

    Ik heb een aantal aanbevelingen overgenomen en die zal ik aan de programmaleiding hier geven, evenals de sheet.
    Dank voor de aandacht

    Zie ook: Handboek Schizofrenie (red. L.de Haan); hoofdstuk 34; deel 8 Perspectief van betrokkenen; Triadisch werken: de groeiende rol van familie (Bert Stavenuiter)
    Welke rol geven we de familie?

    "De rol van familie als bondgenoot in de GGZ"

    up




  • Herstel als een reis van het hart
    (Samenvatting artikel "Herstel als reis van het Hart" door Patricia Deegan, verschenen in Integraal, mei 1996.)

    Patricia Deegan werd als 18-jarige gediagnosticeerd als "chronisch schizofreen" en door de omgeving en zichzelf gezien als "hopeloos". Door het opgeven van de hoop werd ze apathisch en passief. Maar ze nam toch haar herstel weer in eigen hand en is klinische psychologie gaan studeren. Nu is ze dokter en probeert de geestelijke gezondheidszorg te veranderen.
    Herstel als reis van het hart:

    Hoe begint iemand aan de reis naar herstel? Voordat we actieve deelnemers worden aan ons eigen herstelproces, bevinden velen van ons zich in een fase van grote apathie en onverschilligheid. Een fase waarin we geen interesse meer hebben in onze omgeving, waarin we nergens meer om geven.

    Ik herinner mezelf op mijn zeventiende jaar, gediagnosticeerd als chronisch schizofreen, zittend in een stoel, verdoofd door de Haldol. Mensen dwongen mij om dingen te doen om mezelf te helpen, maar mijn hart was onverschillig en ik gaf nergens om behalve om slapen en sigaretten roken. Ik had opgegeven. Opgeven was voor mij een oplossing. Het beschermde me ertegen iets te willen. Als ik niets wilde, kon me niets worden afgenomen. Als ik niets probeerde kon ik geen nieuwe fouten maken. Als ik nergens om gaf, kon niets me meer pijn doen. Ik werd onverschillig.

    Ik verwacht dat het beeld dat ik hier schets, velen van ons bekend voorkomt. Ik geloof dat onverschillig worden een aanpassingsstrategie is die wanhopige mensen, die op het punt staan alle hoop te verliezen, aanwenden om te overleven.

    Als we werken met een psychiatrisch patiŽnt die onverschillig is, alles heeft opgegeven en gemotiveerd is om nergens meer om te geven, dan moeten we begrijpen dat dit iemand is die voelt dat hij geen macht heeft. Hij ervaart dat alle macht in handen ligt van anderen. Ten behoeve van die mensen is het zaak een omgeving te creŽren waarin keuzes kunnen worden gemaakt.

    Keuzes, opties, informaties, gehoord worden, rolmodellen, ontwikkelen en oefenen van je stem, mogelijkheden om je leven te verbeteren, dŠt zijn kenmerken van een menselijk interactieve omgeving die de overgang bevordert van onverschilligheid naar "ergens om geven" en van alleen maar overleven naar het actief deelnemen aan je eigen herstelproces.

    Ik had besloten een academische graad klinische psychologie te halen en het GGZ-systeem te veranderen. Terugkijkend was dat een juist besluit. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde ik te lezen terwijl ik dubbel zag door de medicijnen. Ik las honderden boeken over herstel en psychologie in een poging mezelf en mijn toestand te begrijpen. Ik probeerde steeds nieuwe manieren om te leren leven met mijn symptomen, waaronder mijn meedogenloze gehoorshallucinaties. En misschien het belangrijkste van alles: Als ik īs morgens opstond, wist ik waarom. Ik had echt een levensdoel, een roeping.

    Mijn reis naar herstel gaat nog steeds door. Ik vecht nog altijd met de symptomen, het verdriet over de verliezen die ik heb geleden. Ik ben betrokken bij zelfhulpgroepen en lotgenotencontacten, ik gebruik nog altijd medicijnen, ben in psychotherapie en word soms opgenomen. Maar het is niet meer zo, dat ik medische behandeling ondergŠ, of dat ik naar het ziekenhuis gŠ. Ik heb geleerd medische behandeling en ziekenhuizen te gebrķiken. En dat is een actieve houding die noodzakelijk is in het herstelproces.

    Patricia Deegan

    up




    Empowerment

    (Samenvatting van artikel uit Passage, 7e jaargang nr. 2 juni 1998 door Judi Chamberlin.)
    Het begrip empowerment wordt, net als het begrip rehabilitatie, te pas en te onpas gebruikt. Maar wat is het nu eigenlijk? Empowerment, en daarmee ook de definitie, is opgebouwd uit 15 afzonderlijke elementen.

    Beslissingsvrijheid
    In de geestelijke gezondheidszorg beschouwen professionele hulpverleners hun cliŽnten dikwijls als onbekwaam om "de juiste beslissingen" te nemen. Veel voorzieningen beperken daarom op een paternalistische wijze de ruimte waarin cliŽnten zelf keuzes kunnen maken. CliŽnten hebben b.v. wel inspraak bij het opmaken van de menu's maar niet bij het bepalen van het verloop van de behandeling. Daarom doen ze ook geen ervaring op in het nemen van beslissingen en komen zij hierdoor in een langdurige afhankelijkheidsrelatie terecht. Niemand kan echter zelfstandig worden wanneer hij/ of zij niet de gelegenheid wordt geboden om belangrijke beslissingen in zijn of haar leven zelf te nemen.

    Toegang hebben tot informatie en tot hulpbronnen
    Beslissingen nemen kan niet in een vacuŁm. De beste beslissingen worden genomen wanneer een individu over voldoende informatie beschikt en de mogelijke consequenties van zijn keuzes kan afwegen. Maar vanuit een paternalistische houding wordt door professionele hulpverleners dikwijls aan cliŽnten belangrijke informatie onthouden, zogenaamd "in het belang van de cliŽnt". Omdat cliŽnten niet over de juiste informatie beschikken, nemen zij soms verkeerde beslissingen en dit bevestigt dan weer de opvattingen van de hulpverleners omtrent het "onvermogen" van cliŽnten op dit terrein.

    Keuzemogelijkheden
    Echt kunnen kiezen is wel iets anders dan kiezen tussen een hamburger of een hot-dog, of tussen gaan zwemmen of bowlen! Wanneer je toevallig naar de bibliotheek wil of je wil ergens een slaatje gaan etenÖ dan heb je gewoon pech!

    Assertiviteit
    "Gewone" burgers worden voor deze kwaliteit gewaardeerd. Assertieve psychiatrische patiŽnten daarentegen worden als "manipulerend" bestempeld. Dit is een voorbeeld van hoe iemand ten gevolge van een psychiatrisch etiket zijn positieve eigenschappen "verliest" en wordt opgezadeld met negatieve kenmerken. Assertiviteit -duidelijk opkomen voor jezelf, je wensen en je verwachtingen- helpt een individu om dat te bereiken wat hij of zij precies wil.

    De mening van het individu is belangrijk.
    Hoop is een belangrijk element in onze definitie van empowerment. Een hoopvol iemand gelooft in toekomstige veranderingen en in verbetering. Zonder hoop zijn alle inspanningen zinloos. Ondanks het feit dat professionele hulpverleners hun cliŽnten soms bestempelen als "onbehandelbaar" of "chronisch", verwachten zij dat dezelfde cliŽnten gemotiveerd zouden zijn om initiatief te nemen en veranderingen na te streven, zonder zich daarbij te realiseren welk gevoel van hopeloosheid de begrippen die zij zo vaak hanteren oproepen.

    Kritisch leren denken i.p.v. geconditioneerd handelen. De dingen op een andere manier bekijken.
    Het opnieuw op de voorgrond plaatsten van persoonlijke levensverhalen. Het terugvinden van iemands persoonlijke competentie en het ontmaskeren van de machtsrelaties die dikwijls de professionele hulpverleningsrelatie overschaduwen. In zelfhulpgroepen zie je vaak hoe leden kort na hun intrede in de groep hun hele verhaal vertellen aan de anderen. Dit kwijt kunnen van je persoonlijke verhaal ťn het ontmoeten van iemand die naar je luistert, zijn belangrijke, vitale ervaringen voor de groepsleden.

    Boosheid tonen en er mee leren omgaan.
    Het gedrag van cliŽnten die hun boosheid tonen, wordt door professionele hulpverleners dikwijls omschreven als "decompensatie" of "controleverlies", ook wanneer de boosheid terecht is en een "normaal" iemand op dezelfde wijze zou reageren. Omdat boosheid tonen niet wordt getolereerd, gaan cliŽnten deze gevoelens bij zichzelf uit de weg en zullen zij teveel het destructieve in hun kwaadheid benadrukken. CliŽnten hebben daarom behoefte aangelegenheden met hun boosheid te leren omgaan, om op een veilige manier deze gevoelens te kunnen uiten en om te leren hoever zij hierin mogen gaan.

    Het belang van de groep en het gevoel er niet alleen voor te staan.
    Het groepselement is een belangrijke dimensie in onze definitie. Empowerment is niet iets wat enkel het individu aanbelangt, maar het heeft ook te maken met het zich verbonden voelen met anderen.

    Mensen hebben rechten
    De zelfhulpbeweging in de Ggz betekent een beweging die een aantal basale rechten voor elk individu nastreeft. Er bestaat ook een sterke verwantschap tussen deze beweging en de beweging van andere kansarme en onderdrukte groepen, zoals raciale en etnische minderheden, vrouwen, homo's, lesbiennes en gehandicapten. Deze bevrijdingsbewegingen voeren eenzelfde strijd voor gelijke rechten. Wanneer we ons van onze rechten bewust worden, voelen we ons sterker en meer zelfverzekerd.

    Veranderingen aanbrengen in het bestaan van individuen en groepen
    Empowerment is meer dan "zin hebben in" of "een bepaald gevoel dat je overkomt". Deze ervaringen zien we eerder voorafgaan aan de daadwerkelijke actie. Wanneer iemand zťlf veranderingen in zijn bestaan aanbrengt, beheerst hij of zij meer de situatie, heeft meer controle over de gebeurtenissen. Op zijn beurt leidt deze betere controle tot nog meer effectieve veranderingen. Het is goed erop te wijzen, dat het niet enkel gaat om veranderingen in het hoofd van het individu, ook de groepsdimensie is hier belangrijk.

    Vaardigheden aanleren die het individu zelf belangrijk vindt
    In de Ggz klagen professionele hulpverleners soms over het gebrek aan vaardigheden bij cliŽnten en over hun onvermogen om nieuwe vaardigheden aan te leren. Tegelijkertijd zijn de vaardigheden die professionals belangrijk vinden niet altijd de vaardigheden waar cliŽnten de voorkeur aan geven ( b.v. dagelijks je bed opmaken). Wanneer cliŽnten de gelegenheid krijgen om die dingen te leren die ze zelf willen, staan professionele hulpverleners en soms ook cliŽnten zelf versteld van de vlotte wijze waarop deze nieuwe vaardigheden verworven worden.

    Ervoor zorgen dat anderen hun visie over de competentie en het oordeelsvermogen van cliŽnten wijzigen.
    Als er ťťn element is dat steeds terugkeert in de publieke opvattingen over psychiatrische patiŽnten dan is dat incompetentie. Men gaat er van uit, dat psychiatrische patiŽnten geen zicht hebben op hun eigen noden en er ook niet naar handelen. Wanneer iemand meer controle over zijn bestaan verwerft en op deze wijze aantoont dat hij eigenlijk functioneert zoals "normale mensen", vervagen deze stereotiepe opvattingen. Wie als cliŽnt ontdekt dat hij het respect van anderen verdient, heeft meer zelfvertrouwen en levert op deze wijze een bijdrage om bij outsiders deze stereotype opvattingen over psychiatrische patiŽnten te wijzigen.

    Uit de kast komen/comming out
    Deze term hebben we overgenomen van de homo- en lesbiennebeweging. Mensen met een verminderde sociale status proberen dit feit dikwijls te verbergen voor zover dit mogelijk is. Maar aan deze keuze zijn ook nadelen verbonden: een aangetast zelfbeeld en de voortdurende vrees ontdekt te worden. Individuen die het punt bereikt hebben waarop ze hun ware identiteit bekend kunnen maken, winnen aan zelfvertrouwen.

    Uit zichzelf groeien en blijven veranderen.
    Met dit aspect beklemtonen we, dat empowerment niet de bestemming is die men wil bereiken maar de reis zelf. Er is geen eindstadium waar groei en verandering ophouden.

    Stigma overstijgen en een positief zelfbeeld opbouwen.
    Iemand die empowered is, heeft meer zelfvertrouwen en is tot meer in staat. Hij of zij voelt zich beter in staat om aan het eigen leven vorm en inhoud te geven en dit leidt dan weer tot een beter zelfbeeld. De negatieve identiteit die werd ontleend aan het psychiatrisch etiket die door het individu werd geÔnternaliseerd begint te veranderen. Het individu kan ofwel van deze identiteit volledig afstand nemen, ofwel deze identiteit opnieuw definiŽren en de positieve aspecten ervan meer op de voorgrond plaatsen.

    Rehabilitatie en empowerment
    Een rehabilitatieprogramma dat empowerment nastreeft, houdt ook een zeker risico in, net zoals wanneer men zelf als cliŽnt het proces van empowerment doormaakt.
    De behoefte om te beschermen (en evenzeer om beschermd te worden) is sterk. Anderzijds zijn er tal van voordelen wanneer cliŽnten opnieuw de controle over hun eigen bestaan verwerven en wanneer professionele hulpverleners de rol van gids of begeleider gaan opnemen in plaats van de paternalistische rol van supervisor. Een rehabilitatiebenadering gebaseerd op dergelijke rolverandering en op een daaruit voortvloeiende nieuwe werkelijke verandering in het leven van cliŽnten.

    up